LES 11


terug


Het deelwoord, de infinitief en de imperatief

De volgende vormen van het werkwoord zijn tot op heden overgebleven.

Het actieve deelwoord.
Let erop dat het deelwoord in het Modern Hebreeuws als tegenwoordige tijd wordt gebruikt, maar dat dat in het Bijbels Hebreeuws niet het geval is. De vormen van het sterke werkwoord zijn de volgende (we gebruiken weer מלך als voorbeeld):

enkelvoud
meervoud
mnl.מֹלֵךְmolēḵמֹלְכִיםmoləḵīm
vrwl.מֹלְכָה, מֹלֶכֶתmoləḵā, molęḵętמֹלְכוֹתmoləḵōt

Naast het actieve deelwoord bestaat er nog een passief deelwoord, dat echter veel minder wordt gebruikt. De vorm is מָלוּךְ, waarbij in de vrouwelijke vorm (מְלוּכָה) en het meervoud (מְלוּכוֹת מְלוּכִים) de ā tot ə wordt verkort.

De infinitief.
De infinitief (het "hele werkwoord" in het Nederlands) verschijnt in het Bijbels Hebreeuws in twee vormen. De zogeheten infinitivus constructus komt in betekenis overeen met de Nederlandse infinitief en deze luidt: מְלֹךְ. De andere infinitief, die vooral ter versterking wordt gebruikt luidt: מָלוֹךְ.

De imperatief.
De imperatief komt alleen voor in de tweede persoon. We geven weer de vormen van het regelmatige werkwoord.

enkelvoud
meervoud
2 mnl.מְלֹךְməloḵמִלְכוּmilḵū
2 vrwl.מִלְכִיmilḵīמְלֹכְנָהməloḵnā


De vormen bij de zwakke werkwoorden.
Voor de verschillende minder regelmatige werkwoorden die we tot nu toe behandeld hebben zijn de vormen de volgende:

enkelvoud
meervoud
deelwoord
קום
mnl. קָם qām קָמִים qāmīm
vrwl. קָ́מָה קָמוֹת qāmōt
גלה
mnl. גֹלֶה golę̄ גֹלִים golīm
vrwl. גֹלָה golā גֹלוֹת golōt
gebiedende wijs
קום
2 mnl. קוּם qūm קוּמוּ
2 vrwl. קוּמִי קֹמְנָה qom
גלה
2 mnl. גְּלֵה gəlē גְּלוּ gəlū
2 vrwl. גְּלִי gəlī גְּלֶינָה lę̄

infinitief
constructus
absolutus
קום
קוּם qūm קוֹם qōm
גלה
גְּלוֹת gəlōt גָּלֹה gālō