LES 13


terug


Het werkwoord הָיָה

Het Hebreeuwse werkwoord הָיָה is, zoals in veel talen het werkwoord dat "zijn" betekent, onregelmatig. Het komt zeer veelvuldig voor, vooral in de zogeheten qal, de eenvoudigste vorm van het werkwoord, en ook nog enkele keren in de nifal. In de andere verbuigingen komt הָיָה niet voor. We geven hier alleen de vormen van de qal

persoon
voltooide tijd
onvoltooide tijd
verhalende vorm
3 mannelijk enk.
הָיָה
יִהְיֶה
וַיְהִי
3 vrouwelijk enk.
הָיְתָה
תִּהְיֶה
וַתְּהִי
2 mannelijk enk.
הָ́יִיתָ
תִּהְיֶה
וַתְּהִי
2 vrouwelijk enk.
הָיִית
תִּהְיִי
וַתִּהְיִי
1 enk. (m. + v.)
הָ́יִיתִי
אֶהְיֶה
וָאֶהִי
3 mv. (m. (+ v.))
הָיוּ
יִהְיוּ
וַיִּהְיוּ
3 mv. (v.)
bestaat niet
תִּהְיֶינָה
וַתִּהיֶינָה
2 mannelijk mv.
הֱיִיתֶם
תִּהְיוּ
וַתִּהְיוּ
2 vrouwelijk mv.
komt niet voor
komt niet voor
komt niet voor
1 mv. (m. +v.)
הָ́יִינוּ
נִהיֶה
וַנְּהִי
onbepaalde wijs (absoluut)
הָיֹה
onbepaalde wijs (verbonden)
הֱיוֹת
deelwoord
m. הֹוֶה
v. הֹוָה