BOD, presens 3e persoon, gebruik van de verschillende vormen:
y mae, yw, ydyw, oes, sy, sydd, mai en taw.


vormfunctiewoordvolgorde
y maestellende zinverbum - subject
yw, ydywvraagzin met yn-predicaatvraagwoord - verbum - subject - predicaat
yw, ydywontkennende zin met yn-predicaatontkenning - verbum - subject - predicaat
yw, ydywvraagzin zonder yn-predicaat, subject bepaald vraagwoord - verbum - subject - predicaat
yw, ydywontkennende zin zonder yn-predicaat, subject bepaald ontkenning - verbum - subject - predicaat
yw, ydywconditionele zin zonder yn-predicaat, subject bepaald conjunctie - verbum - subject - predicaat
yw, ydywstellende zin met vooropgeplaatst predicaatpredicaat - verbum - subject
yw, ydywpredicaat = beth, pwy, sutpredicaat - verbum - subject
oesvraagzin zonder yn-predicaat, subject onbepaald vraagwoord - verbum - subject - predicaat
oesontkennende zin zonder yn-predicaat, subject onbepaald ontkenning - verbum - subject - predicaat
oesconditionele zin zonder yn-predicaat, subject onbepaald conjunctie - verbum - subject - predicaat
sy, syddpositieve relatieve zin, antecedent is subjectverbum - bepalingen
sy, syddvraagzin waarin pwy, beth subject isvraagwoord - verbum
mai, tawdat (het is), ter inleiding van een benadrukt zinsdeelmai - nominaal element - verbum